½ selderieknol
1-2 preien
2-4 wortels of een stuk winterwortel
1 middelgrote gesnipperde ui
40 boter of reuzel
400 g geschilde in klein blokjes gesneden aardappelen
4 bouillonblokjes of 1½ tablet
1 klein laurierblad
200 g in dunne plakken gesneden smalle metworst of cervelaatworst
evt. 1 verse rookworst
evt. mager rookspek in stukjes
4 el fijngehakte peterselie of selderie
aroma
peper uit de molen
zout
Bereiding:
Schil de selderieknol, snijd er plakken van en verdeel die in smalle repen. Snijd het wit van de preien in repen van ½ cm breedte. Schrap de wortels en snijd er dunnen plakken van. Was de groenten en laat ze goed uitlekken en doe er de ui bij.
Verwarm de boter, smoor daarin de groente en evt. het rookspek 8-12 minuten. Voeg dan de aardappelblokjes, de bouillonblokjes, het laurierblad en ¾ liter kokend water toe. Roer tot de inhoud van de pan kookt, laat de groeten en de aardappelen op de laaggedraade warmtebron gaar worden. Voeg de rookworst toe.
Neem het laurierblad uit de pan.
Stamp de inhoud fijn of gebruik daarvoor de mixer.
Voeg onder goed roeren 6 dl kokend water en de plakjes worst toe.
Neem de pan van het fornuis zodra de soep weer kookt.
Voeg de petersele toe en, naar smaak, aroma, peper en zout en serveer de soep zo warm mogelijk.
Uit: Grootmoeders kookboek